Amsweer, Doede van -

1546-1633, geb. te Appingedam, van 1580-'94 balling in Oost-Friesland, uitgeweken na 't Verraad van Rennenberg; werd na de Reductie van de Stad in 1594 gedeputeerde voor de Ommelanden; regelde de Hervormde godsdienst in de Ommelanden, gelijk Menso Alting het deed in de Stad.
In 1602 werd Doede benoemd tot proost van Uskwerd; dat zou een beloning zijn voor zijn trouw en vlijt. De benoeming geschiedde door de Stadhouder en de Gedeputeerden, en toch is het Doede nooit gelukt, werkelijk proost te worden. Hij gaf zijn klaag- en verweerschriften uit, maar Gedeputeerde Staten gelastten hem in 1611, "om sich voortaan stille tho holden". In 1620 kocht men zijn aanspraken af met duizend gulden.
Hij gaf een aantal geschriften uit, o.a. Spieghel der aenvechtinge des Satans, Emden, 1583, en Christlijke Vermaenschriften, over het patronaatsrecht in Groningen, 1597. Zeer merkwaardig is zijn Satellitium Divinum (Goddelijke Geleide), "op Duytsch Cort Memoriael van eenighe godtlijcke Inbeeldingen of Openbaringhen", 1616. Daarin verhaalt en verklaart hij zijn dromen. En ook daarin komt hij terug op zijn aanstelling tot proost. Hij wil de proosdijen doen zijn tot ogen des lands, hij wil de rechten der kerk handhaven, maar de Ommelander heren steken die ogen uit en palmen het kerkengoed in.
Wumkes zegt van Doede (G.V. 1907, 219), dat het een heel bijzonder verschijnsel is, dat hij een hoog hemelse betekenis aan zijn dromen toekent. Op practisch gebied werkte hij met zijn boekje Christelijck Bedenckent ende Diposition van goede Armenordening, 1600. Hij wilde "den onreinen lediggaanden bedelzak" opruimen om te kunnen zorgen voor de "rechte armen Godes". Daarvoor wilde hij de kloostergoederen en de rijke prebenden bestemmen.
In 1602 was door de Gedeputeerden zijn instructie als proost vastgesteld. Hij deed moeite, de landerijen in handen te krijgen, die hem waren toegwezen. Maar hij slaagde niet en hij vroeg in 1606 ontslag. In 1611 verscheen zijn klaag- en verweerschrift. De praeposituris reformatis (over de Hervormde Proosten). Ook trachtte hij de Provinciale Synode voor zijn zaak te winnen, b.v. door zijn Satellitium. In 1611 verscheen er ook nog een tweede geschrift over zijn aanspraken op de proosdij onder de titel Gedenkweerdinge Acta Memoriae.
Van 1577-'80 is Doede burgemeester van Appingedam geweest. Toen nam hij de vlucht met Houwerda en andere voormannen van de Hervormden. Lid van Gedeputeerden is hij slechts twee jaar geweest. Toen namen de kerkelijke zaken hem geheel in beslag. Hij was ook commissaris-politiek bij de Provinciale Synode. In 1594 werd hij ook aangesteld als oeconomus en schatmeester in de Weem van St. Maarten in de Stad, toen daar Leoninus, Lose en Witten waren als de afgevaardigden der Staten-Generaal; hij werkte mee aan de eenheid van Stad en Ommelanden.
Berigten nopens Doede van Amsweer
door J. Potter van Loon, 1842.

Thema
uw keuze
meer over uw keuze
Soort
persoon
meer over persoon
Niet van toepassing
meer uit Niet van toepassing