Aduard, Auwerd -

gemeente in het Westerkwartier, 2250 inw. Aduard, Den Horn, Den Ham. Verder de buurten Altenauw, Ellertsveld en Langeweer, 't dorpje Fransum, Hogemeden, De Knijpe, Lagemeden, De Poffert en gedeeltelijk Wierum. N.H. 47, Ger. 45; zonder gezindte 4%. Landbouw en veeteelt; fabriek van trailers en aanhangwagens; conservenfabriek.
Aduard had het grootste en rijkste en beroemdste klooster van Groningen, gesticht 1192 naar het model van Clairvaux in Champagne. In 1555 bezat dit klooster aan corpuslanden (in eigen gebruik) 335 ha, terwijl in pacht was uitgegeven 5600 ha. Zie Kloosters en Klaarkamp.
In de 15e eeuw was Aduard meer een akademie dan een klooster; het was een middelpunt van geleerdheid. Het werd in 1580 na het Verraad van Rennenberg verwoest door de Staatse troepen onder Barthold Entens; de vermaarde boekerij en het grote archief gingen verloren. In 1584 volgde de sloping van de instelling, die Agricola en Gansfort als leerlingen had gezien. De tegenwoordige Ned. Herv. Kerk, door het Rijk hersteld, is er het enig overblijfsel van. Het was de ziekenzaal. Een herinnering aan een van de kloosterboerderijen is de naam van de buurt Aduarder Voorwerk.
De abdijklok, aangebracht in het klooster door abt Godefridus in 1554, was na de Reductie door de Staten van Groningen verkocht; de heer P. A. Camphuis werd gewaar, dat hij zich in Wolfenbüttel bevond en hij heeft gezorgd, dat de klok in Aduard terugkwam, 1924.
In 1263 werd de nieuwe kerk ingewijd; 200 monniken en lekebroeders hadden er 23 jaar aan gewerkt. Ook gebouwd naar 't model van de kerk van Clairvaux, 50 schreden lang en 25 breed, in kruisvorm. Het klooster was zo belangrijk, dat het zijn eigen handelsschepen had. Hamburg verleende hun vrije handel in 1273; 't verdrag vernieuwd in 1347. De abdij kreeg van de aartsbisschop van Bremen vrijdom van tol te Stade, 1350.
Het klooster, zo dicht bij de Stad gelegen, was buitengewoon geschikt om als legerplaats en vesting te dienen. Zo maakte Nittert Fox er gebruik van; zie daar. Vlak daarna deed Graaf Edzard hetzelfde, toen hij de Stad belegerde. Hij legde in 1505 600 soldaten onder bevel van Schelte Oppergeest en Aasge Hoxwier in de abdij. Toen de Groningers vernamen, dat hij met zijn leger naar Appingedam en Slochteren was, trokken 1200 man met veel geschut uit de Stad; het was op St. Bonifaciusavond. Ze wilden 't klooster afbreken, maar ze werden teruggeslagen. Alleen namen ze de koeien van de kloosterlanderijen mee.
Het klooster was door een sterke muur en door een gracht omsloten. Het had twee poorten en besloeg een oppervlakte van meer dan 5 ha.
In 1514 was de abij het hoofdkwartier der Saksers, belegerd door de Groningers. Aduard had een zeer groot grondbezit. Reeds in 1342 werd door de Landdag verboden, dat de abdij nog meer land zou kopen of bij schenking aanvaarden. Wanneer het klooster voltallig was, waren er de abt met 99 monniken en 200 conversen of lekebroeders. Op de kloosterlanderijen werkten de coloni of meiers. Zie Fox.
Aduard heeft 4 vrouwenkloosters gesticht en 2 mannenkloosters:
1e. Yesse of Essen, nonnen, 1215;
2e. Schola Dei of Ter Yle of Ihlo, bij Aurich, monniken, 1231;
3e. Maria's Kamp te Assen, nonnen, 1233; eerst te Koevorden;
4e. 't Grijzemonnikenklooster, St, Benedictus in Menterna, monniken, 1259; in 1299 verplaatst naar Termunten; in 1569 door Barthold Entens geplunderd en verbrand;
5e. Trimunt bij Marum, nonnen, tot armoede gekomen, door abt Eylardus (1305-'29) overgenomen;
6e. Klein-Aduard of Sint-Annen, stichting van Frederik Gaykinga, nonnen, 1340.
Bij de instelling van het bisdom Groningen had Aduard een inkomen van 8000 dukaten. Daarvan moest de nieuwe bisschop 3000 krijgen. verder moest het klooster de prebenden betalen van de kanunniken. Na het aftreden van de abt Lanth (zie daar) zou de bisschop zelf abt worden. De abt van het voormalig klooster Termunten, Arnoldus Kenninck, bracht in 1576 een oplossing tot stand. Aduard mocht zijn abt houden, maar moest aan de bisschop jaarlijks 6000 Brabantse guldens uitkeren. Aduard zou als vergoeding ontvangen de inkomsten van Termunten, geschat op 3000 dukaten. In 1594 na de Reductie droegen Gedeputeerde Staten het beheer over de venen en bossen van het klooster op aan Taeko Haringius, gewezen proost van Schildwolde, en aan Jhr. Johan Clant.
Aduard was een dochterstichting van het klooster Klaarkamp bij Rinsumageest van de orde van Sint Bernard. De Latijnse kloosterkroniek werd uitgegeven door Van Heussen, 1719. Vertaald door Van Rijn in zijn Oudheden en Gestichten, 1726. Opnieuw uitgegeven door Dr. F. Koppius in 1850 en door Dr. H. Brugmans in Bijdragen van 't Historisch Genootschap, 1902. De kroniek is uit de 15e eeuw, met vervolgen in de 16e.
Mr. J. J. Nanninga Uitterdijk schreef de historie van het klooster in 1870. Prof. R. Post te Kuilenburg behandelde de geschiedenis opnieuw in 1923. Hij verhaalt de werkzaamheid der opeenvolgende abten. De eerste was Wibrandus, overl. 1205; de tweede Albertus, van wie men verhaalt dat hij wonderen deed, overl. 1216. Zie Wigboldus, Eylwardus, Rippertus, Frederik Gaykema, R. Vrieze, Van Rees, Reekamp, Helt, Van Arnhem, Lanth, Kenninck, Greven, W. v. Emmen, Godefridus, Geiko.
Het refugium van Aduard was aan 't Munnekeholm. In 1473 kreeg Aduard er nog een refugium bij aan de Vismarkt, hoek Pelsterstraat. Dit oude gebouw werd in 1857 afgebroken en vervangen door de Waalse Kerk; nu de meubelzaak van Huizinga.
De börg Aduard is niet verklaard; het dorp ligt niet op een wierde. De pastorie aan 't Kaakheem te Aduard, die tevens boerderij was, is in oude stijl hersteld en in 1950 in gebruik genomen als ambtswoning van de burgemeester.
Aduard vierde in 1954 zijn 750-jarig bestaan, o.a. met een Gedenkboek van dr E. J. F. Smits en Dr W. J. Formsma, voornamelijk over de geschiedenis van het klooster.
Opgravingen van Dr Van Giffen hebben de grondvesten blootgelegd van de voormalige abdijkerk, even groot als de Martini, 1941.

Thema
uw keuze
meer over uw keuze
Soort
plaats
meer over plaats
Niet van toepassing
meer uit Niet van toepassing