Addinga, Hajo (1) -

zoon van de eerste Egge, kwam onder voogdij van Unico Ripperda; zie daar.
In 1440 sloot hij een verdrag met de bisschop van Munster, Otto van Hoija; Hajo stond ook toen nog onder voogdij van Ripperda. Hij erkende bij dit verdrag de bisschop als zijn leenheer. - Hij viel de Groningers in handen, toen zij in 1401 de börg van Farmsum innamen; zie Wigbolds. Hij kwam pas in 1405 weer vrij. In 1417 kwam hij in de Rijksban. In 1427 ging hij een verzoening aan met de Stad; hij moest 400 Beierse guldens betalen en hij moest beloven, Stad en Ommelanden geen moeite meer te doen. 't Is gebeurd, dat de Wolgens hem vervolgden tot op het kerkhof van Gasselte. Zijn zoon heette weer Egge.

Thema
uw keuze
meer over uw keuze
Soort
uw keuze
meer over uw keuze
Niet van toepassing
meer uit Niet van toepassing