Aardappelrooien -

geschiedde van ouds door ploegen rooiers, de "aardappelkrabbers", die het werk op de knieen verrichtten, de vingers veelal beschermd door blikken "dopjes". De aardappel"stammen" werden vooraf met de greep losgetrokken door de "opsteker", die ook voor het legen der korven had te zorgen. Een van de vrouwen zorgde voor het maal, dat op het land gekookt werd: aardappels met zout. Het rooien leverde een welkome verdienste op; de boer betaalde per "pand", 2 rijen van 60 treden lengte.
Geleidelijk worden de aardappelrooimachines ingevoerd. In de latere jaren houdt men een tentoonstelling van de nieuwste machines. Zo in 1949 te Drouwenermond, waar men machines aantrof met een meerijdende wipkar.

Thema
uw keuze
meer over uw keuze
Soort
onderwerp
meer over onderwerp
Niet van toepassing
meer uit Niet van toepassing