Andringa de Kempenaer, Jhr. Regnerus Livius van -

1804-'54, officier in garnizoen te Oostburg, 1834 ontslagen; 1836 luitenant in Indie; 1839 ontslagen. Wist zich in te dringen bij de Kroonprins; zette in De Tolk der Vrijheid een lasterveldtocht op touw tegen freule d' Oultremont. Kreeg een jaargeld van f 3600 van Willem II, 1840, die bang voor hem was, doch hem na 1845 niet meer ontving. Een bende maakte de Koning het leven lastig en De Kempenaer sloot in 1848 het akkoord, dat ze naar het buitenland zouden gaan. Doch nog in 't zelfde jaar verscheen in 't Engels een werk van een der bendeleden, Meeter, vol schandaal over Willem II. Door diens dood vervielen De Kempenaers inkomsten; berooid ging hij naar Amerika, maar 't schip is met man en muis vergaan.

Tijdens zijn verblijf op Java was De Kempenaer in kennis gekomen met P. M. M. Bouwens van der Boyen, die in 1819 betrokken was in een complot tegen de Koning. De Prins van Oranje had er van geweten en wilde dit tot elke prijs verborgen houden. Zo had De kempenaer hem in de macht. (Dr. Ruter, bl. 60.)

Thema
uw keuze
meer over uw keuze
Soort
persoon
meer over persoon
Niet van toepassing
meer uit Niet van toepassing