Afscheiding -

1834 de beweging van Ds. De Cock te Ulrum en Ds. Scholte te Doeveren in 't Land van Altena, waaruit de Gereformeerde Kerk is voortgekomen; zie Afgescheidenen. Op 13 October 1834 ondertekenden twee ouderlingen en drie diakenen te Ulrum de Acte van Afscheiding. Daarin verklaren zij, dat de Ned. Hervormde Kerk wegens het waargenomen bederf niet is de ware, maar de valse kerk. het stuk werd mee ondertekend door 48 lidmaten en werd op 19 Oct. door De Cock voorgelezen op een bank in de Ulrummer kerk; op de preekstoel mocht hij niet; hij was 16 Juli te voren afgezet.
De Afscheiding maakte vlugge vorderingen; op vele plaatsen werden de Kokse kerken gesticht; zo te Schildwolde, 1840. De eerste na Ulrum was Smilde geweest. In de Stad kwamen 12 broeders samen in een huis aan de Melkweg in tegenwoordigheid van De Cock. De eerste voorganger was J. R. Ananias, 1835. Kerkgebouw 1838. De Cock aldaar predikant. Op 1 Febr. 1835 werd de godsdienstoefening in de Ned. Herv. Kerk te Zuurdijk gestoord door een aantal arbeiders. Men riep Ds. J. warmolts toe: Wolf, kom af! De predikant verliet de kansel; een der arbeiders, Jan Lap, las uit de Bijbel voor en gaf de psalmen op. Hij is later tot drie maanden gevangenis veroordeeld. Op 25 October 1834 rukten ruim 100 soldaten onder kapitein Vrij Ulrum binnen ter beteugeling van de troebelen. Op 5 Juli 1835 vertrokken de laatste soldaten weer onder bevel van luitenant Peperkamp. Ds. Lubbers nieuwe predikant.
Reeds in 1836 waren er ongeveer honderd Afgescheiden gemeenten in het land. aanvankelijk was er groot gebrek aan predikanten; op verscheiden plaatsen moesten ouderlingen dienst doen. Nu 200 gemeenten. Over de Afscheiding schreven: Groen van Prinsterer, De maatregelen tegen de Afgescheidenen, 1837, beantwoord door Thorbecke in het Journal de la Haye; Helenius de Cock, over zijn vader Hendrik de Cock, 1859, 1864; J. Verhagen Jr., De geschiedenis der Chr. Geref. Kerk, 1881; M. Noordtzij, Hendrik de Cock, 1911; J. C. Rullmann, De Afscheiding; Mr. S. Sybenga, De Afscheiding, 1932; Dr. L. Wagenaar, Het Reveil en de Afscheiding, proefschrift; Dr. G. Keizer, De Afscheiding van 1834, groot gedenkboek in 1934; Ook P. Boeles kwam op tegen het geschrift van Groen van Prinsterer in zijn werk over Staatsrecht, Kerkbestuur en Separatisme, 1838. Groen had de maatregelen van de Koning openlijk veroordeeld in 1836. Boeles verdedigde dat optreden.
Het aantal geschriften over de Afscheiding beliep in de eerste jaren wel honderd; daar waren er bij in dialekt als: Joapks raize noa domenei Kok, in 4 dagen uitverkocht, 1834. Verder: Yn Gesprek tusschen Pyteroom oetverkoren en Paul, op riem, 1834; en Grunneger Roeker, ook 1834. Tegen de Afscheiding ijverde ook H. C. Wolff, die zich zelf "voormalig Israeliet" noemde. J. B. Veltman, lidmaat te 't Zand, schreef een duurder boekje: Reisgeld of belooning voor Jaapk; dit kostte 30 cents. Ook de Nieuwe Schuitpraatjes van 1834 liepen over de Afscheiding.
Natuurlijk schreven veel meer predikanten over de Afscheiding, o.a. G. Bentheim Reddingius te Assen; A. Meijer Brouwer te Uithuizen; H. Timmer te Garnwerd; R. Engels te Midwolde (O.). eeen Veendammer dichtte 10 coupletten Bemoediging. En natuurlijk schreef De Cock zelf zijn Verdediging, 1834, tegen de "dwaalleeraren". En in 1836 De sluwe en listige raadslagen van de drie Achitofels. een 65 tal titels van deze geschriften zijn te vinden in 't maandblad Groningen van 1916, 353 en 384. Verder bij Dr. G. Keizer, De Afscheiding, 1934. Tegen de Afscheiding schreef ook Prof. Hofstede de Groot. Reeds op de dag na de schorsing van Ds. de Cock verscheen er een gedicht in de Prov. Gron. Ct. (20 Dec. 1833). De redactie had verschillende ingezonden stukken ontvangen, doch plaatste alleen "het zachtste", Bemoediging getiteld, een verdediging van de beide "Wolven", Ds. Reddingius en Ds. Brouwer. Een overzicht van de gehele beweging vindt men bij Wielenga, De Reformatie van '34.
Zelfs dagloners namen de pen op, zo als J. D. K. Pruisnier te Zeerijp, Eene vermaning en onderrichting, 1834. Dit geschrift kostte 10 cr. Voor 5 ct. kon men kopen: Sta stil wandelaar en sidder, want de toorn Gods is nabij, door L. C. Betge, "een jeugdige waarheidsvriend van 17 jaar". P. K. Luit, dagloner te Ulrum, gaf zijn Bekeeringsgeschiedenis uit. Alles in 1834. En nog in dat jaar H. H. Drukker: Sterren die van den hemel vallen als onrijpe vijgen. Een boekje: Ulrum zoo als het is en desselfs toenemende volksbewegingen was binnen enkele dagen uitverkocht.
Het verzoek aan de Koning om vrijheid van godsdienstoefening werd op 19 Dec. 1835 afgewezen. Dit besluit van de Koning wordt in 1836 verdedigd in het Kortbondig Onderzoek en Berigt van Mr. J. Schrassert. De Afgescheidenen antwoordden met een Ootmoedig Smeekschrift aan
Z.M. en een Smeekschrift aan de Staten-Generaal, 1836. In 1839 kregen zij de toestemming, om eigen kerken te bouwen. Zij werden in 1841 erkend als Christelijk Afgescheiden Gemeenten. In1869 namen ze de naam van Christelijk Gereformeerde Kerk aan. Hun Theologische School te Kampen werd in 1854 geopend. Niet alleen was de Afscheiding het onderwerp van talloze prozaschriften, er verscheen ook een Rijmkroniek over met een verdediging van het optreden van De Cock:
  De Cock mogt van toen aan
  Gods Woord en wil verstaan,
  Zich van de Staatskerk af te scheiden,
  Gods volk uit Babylon te leiden.
  't Bevel, dat God door 't Woord toch gaf,
  Was: scheidt u af.
  't Drie-vierde der gemeent',
  Dat was met hem vereend.
  Gemeent' en kerkeraad
  Herkozen met der daad
  Hem tot hun Leeraar...
Het Journal de la Haye was het regeringsorgaan. Thorbecke verdedigde het Recht der Regering, om de Afscheiding te bemoeilijken en de Afgescheidenen te vervolgen; Groen kwam daartegen op.
In 1835 kwam een nationale synode der Afgescheidenen bijeen; men verklaarde de Dordtse kerkorde ten volle in ere te willen herstellen en men vroeg om de erkenning als wettig kerkgenootschap aan de Koning. Deze stond bij besluit van 5 Juli 1835 toe, dat ze gemeenten mochten vormen, maar hij ontzegde hun de naam van de Ware Gereformeerde Kerk. Pas in 1838 onderwierp men zich aan 's konings voorschriften. Zie ook H. de Cock. Op 20 Nov. 1834 liet de gouverneur, baron Rengers, een aanschrijving uitgaan aan de plaatselijke besturen over "lieden, door eene opgewondene verbeelding en verhit brein vervoerd".
In 1853 werd de nieuwe kerk in de Nw. Ebbingestraat ingewijd in tegenwoordigheid van B. en W.

Thema
uw keuze
meer over uw keuze
Soort
religie
meer over religie
Niet van toepassing
meer uit Niet van toepassing