Aardappel -

1584 door de Engelse zeevaarder Walter Raleigh uit Amerika meegebracht, hier te lande het eerst gekweekt door prof. Clusius te Leiden. In 1742 als grote merkwaardigheid door prinses Maria Louise opgediend aan haar zoon Willem IV en prinses Anna. Daarna vlug ingeburgerd, zodat honderd jaar later de aardappelziekte een ontzettende ramp was.
De teelt werd sterk bevorderd, doordat er in de 2e helft der 18e eeuw veel grasland gescheurd werd vanwege de veepest. Omstreeks 1847 bracht kapitein Jan Postema van Sappemeer een nieuwe aardappelsoort mee uit Noorwegen: de ruige witten of witte ruigen, die een halve eeuw lang veel gekweekt werden. Zo was het ook met de Turken, die omstreeks diezelfde tijd door kapitein R. Hazewinkel van Veendam meegebracht werden uit Konstantinopel. Misschien heetten ze ook zo, omdat ze donker van schil waren.
Het algemeen gebruik van aardappels kwam in de Franse Tijd op; Teenstra zegt in 1802 en 1803. Op de proefvelden worden doorlopend nieuwe aardappelsoorten gekweekt.
De hoofdsoorten voor de fabriek werden Voran, Gloria, Ultimus en Triumf; voor eetaardappels naast de Eigenheigen, Record en en Beteka. Zie G. Venhuizen. Nu al weer veel andere soorten: Eersteling, Bintje, Alpha enz.
Hoe men de maaltijden samenstelde, toen er nog geen aardappels waren, blijkt o.a. uit de spijslijst van 't Burger- of Rode Weeshuis:
Zondag: melkengerstebrij.
Maandag: vlees met gort of grauwe  erwten.
Dinsdag: bonen met karnemelk.
Woensdag: hutspot met kool of zultevoet met rapen, of worst met rapen, of rol met wortels.
Donderdag: melkenbonen.
Vrijdag: gele (groene) erwten of vis.
Zaterdag: bonen met sop, d.i. boontjenat.
Ook de spijslijst van de Bursa is bewaard gebleven. De middagkost was:
Zondag: rundvlees of schaapvlees met wortelen; ook kalfsvlees met rijst.
Maandag: gort met krenten, gevolgd door warm rundvlees.
Dinsdag: grauwe erwten met vet. Ook wel rapen, kool of wortels, met worst of zwijnsribben of spek, gevolgd door koud rundvlees.
Woensdag: witte boontjes. Verder stokvis met rijst. Ook wel wortelen of zeevis. Met boter en kaas.
Donderdag: vooraf gort, pudding of broodsoep. Verder warm rundvlees.
Vrijdag: broodsoep of gort en koud rundvlees. Met boter en kaas.
Zaterdag: groene erwten met worst of spek. Ook wel stokvis. Met boter en kaas.

Thema
uw keuze
meer over uw keuze
Soort
flora en fauna
meer over flora en fauna
Niet van toepassing
meer uit Niet van toepassing